Ed Sheeran is intussen een wereldster, maar er was een tijd dat hij heel wat minder populair was. Hij kwam zelfs geregeld wenend thuis van school, vertelt hij naar aanleiding van een antiracisme-campagne. 

Tijdens een interview met de Britse dj Nihal en rapper Dave voor de campagne ‘Love Music Hate Racism’ vertelde Edje openlijk over hoe hij zich als kind al snel het buitenbeentje voelde. “Ik was ros, dus vanaf de eerste dag op school werd ik gepest. Ik stotterde ook, droeg een reusachtige bril en ik zag er gewoon wat raar uit. Maar toen ik ouder werd, leerde ik daarvan te houden.”

“Ik haatte de lagere school. Ik huilde elke dag”, vervolgde hij. “Voordat ik begon met gitaarspelen, deed ik niets. Ik ging naar een lagere school die nogal sportief was. Ik kon niets van sport, dus daar hield het op. Dat was nu eenmaal hoe je cool werd. Als je goed was in voetbal, dan was je cool. Ik was dat niet. Maar toen ik op de middelbare school begon, was dat zo’n mengeling van verschillende dingen dat ik begon met gitaarspelen en dat ik er plots bij begon te horen.” Met het gitaarspelen kwam ook een sociaal netwerk én zelfvertrouwen."

“Ik ging bij een bandje spelen, en muziek is gewoon een van die dingen die je zelfvertrouwen geeft. Plots denk je: ‘wow, ik ben eigenlijk best goed in iets!’”

“Ik zag er altijd wat gek uit, en ik had daarom nooit veel succes bij de meisjes, maar toen ik muziek begon te spelen, zei iedereen bij elk optreden: ‘Oh, dat is die rosse jongen met die kleine gitaar.’ Ze herinneren je daarom. En plots krijg je wat aandacht omdat je gedenkwaardig bent. Wat ik nu dus altijd tegen kinderen zeg: het is geweldig om raar te zijn!"